Home
     Adresseren
     Milieu-aspecten
     ICT-aspecten
     Letterkunde
     Beeldende Kunst
     Toonkunst
     Straatnaamverklaring
     Straatnaamgeving
         Wet- en regelgeving
         Geschiedenis
         Anecdotes
     Acties voor behoud
     Straatnaamborden
     In het Nieuws
     In het Nieuws, vervolg
     Genealogie
     Aanvullingen

Aantal bezoekers
337612 Bezoekers

 Zoeken
Deel 1: Wet- en regelgeving Print E-mail
 

 Inhoudsopgave

•Wetgeving
•Het dualistische model
•Het Nijmeegse model
•Actuele situatie in Nijmegen

•Regelgeving
•Zorgvuldigheidsbeginselen
•Eenduidigheidsbeginsel
•Esthetiekbeginsel
•Vindbaarheidsbeginsel
•Historiciteitsbeginsel
•Cultuurlijkheidsbeginsel
•Eenvoudsbeginsel
•Bruikbaarheidsbeginsel
•Eenvoud- èn Bruikbaarheidsbeginsel
•Noten

 *******

•Wetgeving
Straatnaamgeving - alsmede het nummeren van objecten - behoort tot de huishouding van de gemeente.

De Grondwet zegt hierover in artikel 124 eerste lid: "Voor provincies en gemeenten wordt de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake hun huishouding aan hun besturen overgelaten."

De Gemeentewet van 14 februari 1992 sluit hierbij aan:
    Titel III. De bevoegdheid van het gemeentebestuur
    Hoofdstuk VIII. Algemene bepalingen
    § 1. Inleidende bepalingen
    Artikel 108 eerste lid:

"De bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake de  huishouding van de gemeente wordt aan het gemeentebestuur overgelaten."

Aan het hoofd van de gemeente staat volgens de Grondwet, artikel 125 eerste lid, de gemeenteraad.


Straatnaamgeving is dus juridisch een grondwettelijke bestuursbevoegdheid van de gemeenteraad. Bovendien behoeven deze raadsbesluiten geen goedkeuring van een hogere overheid. De raad is op dit punt volstrekt autonoom.


In 1992 werden de straatnamen in 77% van de Nederlandse gemeenten vastgesteld door de gemeenteraad. Op één plaats door een 'commissie straatnaamgeving'. In alle andere gemeenten lag deze bevoegdheid bij het college van Burgemeester en Wethouders1. Aldus een enquête van de VNG bij gelegenheid van haar congres over straatnamen op 18 juni 1992.

•Het dualistische model
De Wet dualisering gemeentebestuur (Staatsblad 2002, 111), inwerking getreden op 7 maart 2002, de dag na de gemeenteraadsverkiezingen, wil zoveel mogelijk bestuursbevoegdheden neerleggen bij de colleges van B&W. Allereerst alle in de Gemeentewet opgenomen bestuursbevoegdheden. En uiteindelijk ook alle bestuursbevoegdheden die worden gevorderd in medebewindwetten, zoals de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
Deze ontwikkeling naar een dualistisch stelsel is pas helemaal afgerond wanneer bij  B&W ook terecht zijn gekomen alle autonome bestuursbevoegdheden die aan het gemeentebestuur worden overgelaten. Met name de bevoegdheid tot regeling en bestuur van de eigen huishouding, waaronder de straatnaamgeving en nummering van objecten. Hiervoor moet echter de Grondwet worden gewijzigd, alsmede de artikelen 108 en 147.2 van de Gemeentewet.
De enige bevoegdheid die daarna, ten aanzien van straatnaamgeving en nummering, bij de raad kan blijven berusten is de in artikel 147.1 van de Gemeentewet vastgelegde bevoegdheid tot vaststelling van een verordening op de straatnaamgeving en nummering.

Ieder dualistisch denkend college van B&W verwacht nu van de eigen raad, dat deze - vooruitlopend op de wijziging van de Grondwet - ervoor kiest om op grond van artikel 156 van de Gemeentewet, haar grondwettelijke bestuursbevoegdheid ter zake van naamgeving en nummering aan het college te delegeren, al of niet tezamen met haar bevoegdheid tot vaststelling van een verordening op de straatnaamgeving en nummering.
In de sedert 1 januari 1997 bestaande nieuwe fusiegemeente Gemert-Bakel heeft de raadscommissie Algemene zaken op 11 september 2003, vooruitlopend op de wetswijziging in het kader van het duaal stelsel om de besluitvorming neer te leggen bij het college, aangegeven in te stemmen om de bevoegdheid tot vaststellen van straatnamen te delegeren aan het college. De Raad houdt de bevoegdheid tot het stellen van randvoorwaarden waaronder de delegatie en later de bevoegdheid mag en kan worden uitgevoerd.

Menige gemeenteraad zal reeds eerder hebben ingestemd met voorstellen gebaseerd op deze verwachtingen van de colleges van B&W. In Nijmegen is dit niet gelukt2. Dit lijkt terecht. Zeker na de brief aan de Tweede Kamer van 12 augustus 2004. (Kamerstukken II 2003/04, 29 200 VII, nr. 62). Want hieruit blijkt dat er géén voornemen meer bestaat tot een partiële herziening van de Grondwet met het oog op de voltooiing en grondwettelijke verankering van de dualisering. Het wegnemen van grondwettelijke belemmeringen voor de overdracht van de autonome bestuursbevoegdheid verdient thans geen prioriteit3.

•Het Nijmeegse model. (In Nijmegen zèlf niet meer actueel; zie verderop)
In 2002 koos de gemeenteraad van Nijmegen ervoor om géén afstand te doen van haar bevoegdheden inzake straatnaamgeving en nummering, noch van haar bevoegdheid tot het maken van een verordening inzake het toekennen van namen en nummers, noch van haar bevoegdheden ter zake van de straatnaamgeving zèlf.
http://www.gaypnt.demon.nl/div/straatnaamgeving.html
Blijkbaar heeft de gemeenteraad van Nijmegen, in het bijzonder haar toenmalige drie leden van de Commissie Straatnaamgeving, deze straatnaamgeving leren kennen als een onderwerp dat hoog en breed scoort in democratisch opzicht. En waarvan het daarom jammer is om het uit handen te geven. Veel burgers voelen zich erbij betrokken. Verschillende burgers maken gebruik van de mogelijkheid tot inspraak bij de vergaderingen van de commissie. Enquêtes over straatnamen krijgen een hoge respons, bijvoorbeeld die over de Marikenstraat. En het aantal suggesties voor straatnamen loopt in de tientallen. Straatnaamgeving blijkt een schoolvoorbeeld  te zijn van een aandachtsgebied waarop de gemeenteraad haar volksvertegenwoordigende taak goed kan waarmaken. En versterking van die volksvertegenwoordigende rol behoort nog altijd tot een van de doelstellingen van de dualiseringsoperatie.

Zo lang de bestaande wetgeving nog van kracht is - en wellicht draagt het Nijmeegse model ertoe bij dat dit zo blijft - kan iedere gemeenteraad, naar voorbeeld van de Nijmeegse Raad, straatnaamgeving helemaal in eigen hand nemen of houden, geadviseerd door een eigen commissie op grond van artikel 84 van de Gemeentewet, samengesteld uit raadsleden, deskundigen en andere burgers. Haar bevoegdheid daartoe is mede af te leiden van artikel 158.1 van de Gemeentewet, waarin staat: "De raad kan de naam van de gemeente wijzigen." Immers, waarom zou deze bevoegdheid zich niet kunnen uitstrekken tot het vaststellen van namen van delen van de gemeente.

•Actuele situatie in Nijmegen (Hoofdstuk 'Aanvullingen', 2007-3)
Op 7 februari 2007 heeft de gemeenteraad van Nijmegen ingestemd met een wijziging van de werkwijze en samenstelling van de commissie straatnaamgeving en een nieuwe Verordening commissie straatnaamgeving vastgesteld. De nieuwe commissie bestaat alleen nog uit vier raadsleden. B&W hebben de opdracht gekregen om de ambtelijke voorbereiding van de werkzaamheden van de commissie nader uit te werken. De voorbereiding van de besluiten geschiedt voortaan door het college. De namen worden (nog) wel door de gemeenteraad vastgesteld.

•Regelgeving
Uit het autonome karakter van straatnaamgeving vloeit voort dat centrale regelgeving ontbreekt. De Vereniging voor Bevolkingsboekhouding en Militaire Zaken (V.B.M.) van de afdeling Noord Brabant zegt hierover in haar handleiding voor straatnaamgeving en huisnummering uit 1967 dan ook het volgende4:
"In Nederland is elke overheidsbevoegdheid practisch uitputtend geregeld, of tenminste met de nodige waarborgen omringd. Zoals reeds gezegd op het gebied van de straatnaamgeving bestaan geen voorschriften, geen richtlijnen van hogerhand. De gemeentebesturen zijn ongelimiteerd vrij in het geven van straatnamen."
Toch circuleren er ten aanzien van de straatnaamgeving verschillende lijstjes met spelregels4, regels5,6,7, aanbevelingen8, criteria9, richtlijnen1,10,11, en voorwaarden4.  Die volgens de zojuist geciteerde V.B.M  zelfs  'onvoorwaardelijk' in acht genomen zouden moeten worden. Maar  die regels zijn vatbaar voor relativering en uitzonderingen, soms zelfs voor bestrijding. Ook zijn er regels die alleen plaatselijke betekenis hebben, bijvoorbeeld over benamingen volgens dialectische uitspraak11.

Beter dan het nauwgezet hanteren van specifieke regels kan men zich bij straatnaamgeving laten leiden door de volgende meer algemene beginselen die weliswaar elkaar soms overlappen en beconcurreren.

•Zorgvuldigheidsbeginselen
Deze beginselen betreffen allereerst de procedure. Te beginnen bij een zo vroeg mogelijke beoordeling van de tekentafelplannen op consequenties voor de straatnaamgeving5,10,11. Dan de installatie van een adviescommissie4 die preadviezen inwint bij de betrokken kleinere overlegstructuren binnen een gemeente11.  En die in formeel dualistische situaties adviseert aan het college van B&W, of volgens het Nijmeegse model aan de gemeenteraad. Wanneer het gemeentebestuur akkoord is gegaan met de adviezen dient het voornemen tot vaststelling van de straatnaam op de gebruikelijke wijze te worden gepubliceerd met  de mogelijkheid voor inwoners om bezwaren in te dienen, vooral bij straatnaamwijzigingen11.
De mogelijkheid tot inspraak is voor de burger bij straatnaamgeving extra van belang omdat zijn kans op succes bij een Arob-procedure zeer klein is, immers straatnaamgevingsbesluiten van het gemeentebestuur zijn in het algemeen niet vatbaar voor een Arob-beroep9: "Uit de jurisprudentie van de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State valt te concluderen dat er alleen sprake is van een arobabele beschikking indien het raadsbesluit uitwerking heeft op bepaalde concreet aanwijsbare percelen." Wanneer een straat wordt vernoemd naar een - niet tot het koninklijk huis behorende - persoon die zich wetenschappelijk en maatschappelijk heeft onderscheiden , dient deze persoon minstens 10 jaar geleden te zijn overleden4,5,9,12.

  • Mede op grond van dit beginsel kwam er géén Arjan Erkelpad in Westdorpe in Zeeuws-Vlaanderen13. Direct nadat Arjan in het voorjaar van 2004 als een held werd ingehaald in dit Zeeuwse dorp waar zijn ouders wonen, was burgemeester Lonink nog enthousiast voor het plan om een straat te vernoemen naar deze voormalige hulpverlener van Artsen zonder Grenzen, die twintig maanden werd gegijzeld in Dagestan.
  • Maar ondanks dit - overigens niet wettelijk verplichte - beginsel werden in 2007 in Hilversum toch straten vernoemd naar de  nog levende omroep-coryfeeën Joost den Draaijer, Mies Bouwman en Willem Duys. (Zie straatnamen in het nieuws). De secretaris van de straatnamencommissie gaf desgevraagd telefonisch de volgende toelichting (Aanvulling 2007-4). Bij de voorbereiding van het besluit heeft wèl weging plaats gevonden van het zorgvuldigheidsbeginsel om niet te vernoemen naar nog levende personen. Zienswijzen om in dit geval hiervan af te wijken waren onder andere de volgende. Alle straatnamen zijn gegeven op of zeer dichtbij het Mediapark. Een particulier, semi-openbaar, industrieterrein, dat tot voor kort nog was omgeven door een hek. Maar dat nu een open deel vormt van Hilversum. Bij deze straatnaamgeving was dus een derde partij betrokken, die mede door naamgeving het betreffende industrieterrein wilde opwaarderen. Nog vele jaren daarmee wachten was geen optie. Enige coryfeeën ontvingen kort tevoren reeds hoge onderscheidingen. Het zijn overbekende figuren. De kans is verwaarloosbaar dat alsnog misdragingen bekend worden die een nieuwe aanleiding zouden kunnen vormen voor wijzigingen van de straatnaam, zoals wellicht ooit de deelname van Mies Bouwman aan het onderdeel 'Beeldreligie' in het TV-programma "Zo is het toevallig ook nog eens een keer". Ook kende men enige precedenten uit de sportwereld.

Niet tot het koninklijk huis behorende personen naar wie men een straat wil vernoemen dienen zorgvuldig te worden gescreend10 vooral op hun oorlogsverleden9. Ook dient de naaste familie te worden geïnformeerd en in te stemmen met de naamgeving9. De redenen voor de vernoeming moeten duidelijk worden omschreven11, zo mogelijk in de vorm van een onderschrift op het straatnaambord10. Neem de publieksgevoeligheid in acht11. En geef geen namen die zich gemakkelijk laten verbasteren7.

•Eenduidigheidsbeginsel
Dit principe wordt het meest naar voren gebracht: voorkom verwarring, vermijd onderlinge gelijkenis of overeenkomst4,5,6,8,9,10,11. Inderdaad, maar waar ligt de grens? Wordt bij de keuze van de namen van buitenlandse componisten5 de naam van Brahms overgeslagen, wanneer in de struikenwijk reeds de naam Braamstraat bestaat. Komt er géén Heidestraat wanneer er al een Van der Heydestraat bestaat8. Zal Wim Kok geen straatnaam meer krijgen wanneer  er al een Jurriaan de Kokstraat bestaat9. Worden na gemeentelijke herindelingen alle dubbelnamen gewijzigd of wordt aan de straatnaam een hoofdletter toegevoegd die de deelgemeente aangeeft5. De invoering van de postcode in 1978 heeft het eenduidigheidsbeginsel minder dwingend gemaakt. Verwarring kan bovendien worden voorkomen door de toevoeging van een voornaam. Een voorbeeld uit het Haagse Geuzenkwartier aan het begin van de vorige eeuw: daar was een straat genoemd naar de watergeus Cabelliau. Bij het vragen naar deze straat werd men echter vaak naar de Visbuurt op Scheveningen gestuurd. Op verzoek van de bewoners werd daarom later de straatnaam verlengd tot Jacob Cabelliaustraat9.
Tot slot, zorg er bij de naamgeving ook voor dat alle onderdelen van een straat zonder problemen kunnen worden voorzien van eenduidige aanduidingen6
 
•Esthetiekbeginsel
Vanuit de esthetica of schoonheidsleer zal men zoeken naar namen met een zekere welluidendheid. Een mooie klank verdient de voorkeur9.

•Vindbaarheidsbeginsel
Dit beginsel speelt al een belangrijke rol aan de tekentafel. Geef een nieuwbouwwijk een of meer lange straten - en dat hoeven géén kaarsrechte straten te zijn -  die met één straatnaam kunnen worden aangegeven en die aan beide zijden uitmonden op verschillende ontsluitingswegen. Zorg daarna voor eenzelfde categorie namen voor alle verdere straten in die wijk4,5,6,7,9,10,11. Het in één wijk bijeenbrengen van straatnamen die tot één groep behoren heeft zo'n prioriteit dat men moet waken voor versnippering van zulke groepen. Kies daarom bij kleine wijken en kleine buurten, voor straatnamen uit kleine groepen van namen10.
Samenhang in naamgeving van straten die in elkaars onmiddellijke nabijheid liggen is belangrijk, ook al (her)kent niet iedereen die samenhang vanaf het begin. Men mag verwachten dat op dit punt een leerproces op gang komt, zeker als over de betekenis van (nieuwe) straatnamen voorlichting wordt gegeven. Straatnamen vervullen op dit punt een belangrijke culturele functie. 
De samenhang hoeft overigens niet altijd te blijken uit de betekenis van de namen. Men kan bijvoorbeeld ook kiezen voor straatnamen met hetzelfde achtervoegsel of voorvoegsel.

•Historiciteitsbeginsel
Wanneer zich bij de straatnaamgeving een relatie met het verleden aandient is extra aandacht daarvoor op zijn plaats. Daarbij zijn -zowel wat de ligging als wat de naam betreft - historische juistheid en relevantie van belang10,11. Iemand van allure eert met niet met een achterafstraatje9.
Van gebieden waar nieuwe wijken verrijzen moeten alle oude kaarten worden geraadpleegd om zoveel mogelijk oude namen op te sporen. De plaatselijke geschiedenis kan men ook enigszins levend houden5 door te kiezen voor voorwerpen uit die geschiedenis of namen van plaatselijke 'grootheden'. Daarbij geldt in het algemeen dat mensen interessanter zijn dan zaken. Zo herinnert tuingereedschap aan een tuinderij. Maar straten in dat gebied noemen naar de schoffel en de hark is voor sommigen een brug te ver9.
Over het vernoemen van straten naar plaatselijke personen lopen de meningen uiteen. Soms beperkt men zich tot alleen plaatselijke personen11. Anderen doen dit slechts sporadisch  vanuit de onzekerheid over de blijvende betekenis van die plaatselijke figuren4.

•Cultuurlijkheidsbeginsel
Dit beginsel  vraagt aandacht voor de cultuurlijke aspecten van de straatnamen. Het zijn nogal eens  kleine geschiedkundige monumenten4,5, die door geen enkele Rijksdienst worden verzorgd of beschermd. Wijzigingen zijn dan ook uit den boze4 en vinden in beginsel niet plaats1,6,dan na grondige afweging van alle voor- en nadelen10.

Binnen de bestaande bebouwing kan worden gekozen voor oude namen van buurten en gebouwen. In het landelijke gebied past beter het gebruik van veldnamen4,10,11. Streef naar originaliteit9 en evenwicht tussen namen van personen en zaken10,11.Denk hierbij tevens aan de achterstand in vrouwennamen7. Vernoem - met uitzondering van leden van het koninklijk huis- geen straten naar personen die nog in leven zijn5,6,10. Daar waar gepast kunnen namen worden gegeven volgens dialectische uitspraak11. Zorg voor correcte spelling4,10,11.

•Eenvoudsbeginsel
Kies op grond van dit beginsel voor goed uitspreekbare5,9,12, gemakkelijk spelbare6,8,9,10,12, gemakkelijk leesbare8 en niet onnodig lange namen4,9,10,11.
Wat de goede uitspreekbaarheid betreft, let er ook eens op of een straatnaam zich gemakkelijk in een context laat plaatsen; vooral bij het weglaten van de straattypewoorden 'laan', 'weg', 'straat', enzovoort. Het aantal klachten hierover in de brievenrubrieken van kranten en tijdschriften is zeer groot. Enige voorbeelden van zulke ergerlijke moderne straatnamen: Is op of aan of in Waterman een kind aangereden? Is op of in Fresia een auto tegen een boom geknald? Woont u in of op of aan Theebus, Ganzerik? (M. Vader, Onze Taal, mei 1998). En, je zult maar wonen op/in/aan Schaap Veronica 11. (Hans Slingerland, Onze Taal, november 1998).
Houdt bovendien rekening met de mogelijkheid van een eenvoudige en overzichtelijke huisnummering6. Kies namen die niet al te gemakkelijk zijn te verbasteren naar belachelijke of dubbelzinnige namen. Zo voorkomt de toevoeging van de voornaam 'Salvador' bij de naam van de laan genoemd naar 'Allende', dat men gaat spreken van de Ellendelaan9.  Naarmate er meer en beter gebruik wordt gemaakt van de voortschrijdende automatisering wordt de weerstand tegen namen die iets moeilijker te spellen zijn minder relevant. Zo kent men in Rotterdam al de naar een vrouw genoemde Lilian Ngoyiweg6.
Mede op grond van het eenvoudsbeginsel pleiten ANWB8 en anderen4 voor het weglaten van voornamen, voorletters, titulatuur en ambtsaanduidingen. In Den Haag is dit ook enige tijd richtlijn geweest5.
Men zou verwachten dat vroeger, toen alles met de hand moest worden geschreven, dat toen werd gekozen voor zo kort mogelijke namen. En dat tegenwoordig, nu straatnamen dikwijls nog maar één keer in de computer behoeven te worden ingebracht, eerder zal worden gekozen voor wat langere namen, mede omdat dan véél meer verschillende namen beschikbaar zijn. Maar voorlopig lijkt nog niets minder waar.
Eerder tekent zich het omgekeerde af. Met vóórop de ANWB8 met de aanbeveling: "hoe  korter hoe beter".
De tegengestelde ontwikkeling, de verlenging van straatnamen, komt echter ook voor. bijvoorbeeld de toevoeging van voornamen. Zo werd in Tilburg in de jaren tachtig van de vorige eeuw de naar de Nederlandse componist Willem Pijper (1894-1947) vernoemde Pijperstraat (12 posities) gewijzigd in Willem Pijperstraat (19 posities).

In de jaren dertig van de vorige eeuw telde bij telegraferen straatnamen voor twéé woorden bij 17 letters en meer5. Dit zeer gedateerde getal1 is een eigen leven gaan leiden, en via het eerste postcodeboek in 1978 tot PTT-norm verheven. Elders12 wordt onder verwijzing naar de PTT over een maximale lengte van 22 posities gesproken.


De norm van 24 posities als maximum voor straatnamen duikt in 1979 op binnen de Rijksbelastingdienst, komt in 1988 terug in Het Besluit standaardadressering14, in 1991  in NEN-norm 582515, en in 1992 in het Besluit standaardschrijfwijze persoonsgegevens16.
Het 'rapport Jager' uit 1975 komt na een uitgebreide studie tot een maximum van 26 posities17.

De samensteller van deze website turfde in 1995 de lengtes van de namen in het straatnamenbestand van de gemeenten Rotterdam, Eindhoven, Nijmegen en Gemert. En in de ledenlijsten van de NVKC en NVvIR. Daaruit bleek dat de culturele schade pas goed beperkt wordt als de grens minimaal wordt gelegd bij straatnamen van 28 posities, zoals 'Laan van de Helende Meesters' in Amstelveen, 'Weg van de Buitenlandse Pers' in Ouwerkerk of 'Parkeerterrein Noordereiland' in Zwolle.  Bij de keuze voor 28 in plaats van 24 posities daalt in 's-Gravenhage het aantal ingekorte namen met 90%.

In de laatste versie18 van de gezag hebbende NEN-norm 5825, gedateerd september 2002,  staan twee maximumaanduidingen voor de lengte van straatnamen. In § 5.3.3 staat als maximum voor de verkorte straatnaam: 24 alfanumerieke tekens en/of spaties. Met de opmerking dat deze verkorte lengte mag worden gebruikt indien de betrokken partijen van mening zijn dat het uitwisselen van 24 tekens voldoende is. In § 5.3.2 staat voor het eerst een maximumaanduiding voor de lengte van officieel bij raadsbesluit vastgestelde straatnamen. Namelijk 43 alfanumerieke tekens en/of spaties. Het gaat weliswaar 'slechts' om het uitwisselingsformat van dit adresgegevenselement. Maar het lijkt onverstandig om hiermee geen rekening te houden bij het vaststellen van nieuwe straatnamen.
Deze maximumaanduiding komt overigens nog niet voor in het ontwerp, gedateerd maart 2001, (Ontw. NEN 5825:2001). In dit ontwerp is aan de straatnaam alleen § 5.3.2 gewijd met de maximumaanduiding van 24.
Bovendien bestaat er een concept 'Aanbeveling voor schrijfwijzen van straatnamen', van de hand van P. Bezuijen, H. Wandt en F. Raymann, versie 1.0, oktober 1998, voor een annex bij NEN-norm 5825, waarin wordt "aangeraden" om reeds bij het bepalen van nieuwe en het wijzigen van bestaande straatnamen uit te gaan van de maximale lengte van 24 posities. Citaat: "Indien een volledig uitgeschreven naam toch de lengte van 24 posities overschrijdt, is het aan te raden om de naam meteen in te korten tot een maximale lengte van 24 posities en deze officieel middels een raadsbesluit te bekrachtigen". De gegeven voorbeelden van manieren om in te korten lijken veel op enige inkortingsregels bij NEN-norm 5825. Het is te hopen dat voorgaand concept uit 1998 nooit verder komt dan de status van concept.
De  Basis Registratie Adressen die vanaf 2009 de enige authentieke bron zal zijn voor alle 30.000 overheidsregistraties is inmiddels ingevoerd met de bepaling dat alle straatnamen daarin volledig moeten worden opgenomen. Zie de brief d.d. 11 juni 2004 aan de Tweede Kamer, van de ministers mevrouw S.M. Dekker (VROM) en Th.C. de Graaf (BVK).
Voor het volledig weergeven van alle bestaande Nederlandse Straatnamen zijn 46 posities nodig. Dikwijls wordt met 43 posities volstaan.
In de oudere rapporten betreffende de Basis Registratie Adressen, bijvoorbeeld in versie 2.0 van de Grondslagen Basis Registratie Adressen (Bijlage D van 'Adres onbekend'), wordt met 'adres' de combinatie bedoeld van naam openbare ruimte en huisnummeraanduiding. Daarvoor worden  maximaal 80 alfanumerieke posities gekozen. Zie Rietdijk,M. (Capgemini). Catalogus Basis Registratie Adressen, Versie 3.0, augustus 2004, pagina  21.

•Bruikbaarheidsbeginsel 
De betekenis van straatnamen is groter dan waarvoor ze meestal worden gebruikt. Denk maar aan de culturele, sociale en maatschappelijke aspecten. Het bruikbaarheidsbeginsel kan dus gemakkelijk overbeklemtoond worden. Zeker naarmate de ontpersoonlijking ( zie ICT-aspecten, deel 3) en verzakelijking van de straatnamen verder voortschrijdt. Dit  komt al duidelijk naar voren bij de ANWB van na de 'Gele Rijders'. Twee citaten8: 'Hoe korter hoe beter' en 'Lange namen maken grote straatnaamborden nodig'.

•Eenvoud- èn Bruikbaarheidsbeginsel
Overbeklemtoning van deze beide beginselen leidt gemakkelijk tot nummering van straten, zeker wanneer de voorraad aan nieuwe namen lijkt op te raken5. In Den Haag bijvoorbeeld vond in 35 jaar meer dan een verdubbeling plaats van het aantal straten.

Deze website is geen voorstander van nummering van straten. En omgekeerde ontwikkelingen, zoals in Lelystad en zelfs New York City (zie voorlaatste paragraaf in het volgende deel: Geschiedenis en praktijk) worden toegejuicht. Daar komt bij dat het Amerikaanse nummersysteem alleen goed bruikbaar is in rechthoekig aangelegde straatpatronen zoals bij enkele industrieterreinen. Verder treft men zo'n straatpatroon in de Lage Landen slechts aan binnen de muren van enige oude vestingsteden, met als duidelijkste voorbeeld het Belgische Nieuwpoort19. Maar die straten kregen al lang geleden namen vanuit de volksmond.
Bij  'systeem-nummering' volgens ir. H.E. Suyver5 krijgen straten per wijk een letter (Duindorp Mstraat 18), of een nummer (Duindorp 13.18).

Het nummeren van straten geeft nogal eens verwarrende toestanden in de gebruikelijke stadsuitbreidingen in Nederlandse gemeenten.
Belangrijker is het intuïtieve bezwaar van emotionele aard: de nummering van straten versterkt de reeds bestaande en nog verder voortschrijdende vernummering. Dit is schadelijk voor het sociaal milieu. Aanwijzingen hiervoor vinden we in een onafgebroken reeks van berichten, brieven en columns in de landelijke dagbladen. Van de reactie van A.K.S. uit de jaren zestig van de vorige eeuw4, via de column van Saartje Burgerhart20  "Ik en mijn nummers", tot aan het bericht21 dat de Amsterdamse Bijlmer na het slopen, weer gewone straatnamen krijgt, en de column van Martin Bril22 waarin zelfs een verband wordt gesuggereerd tussen de gruwelijke moord op Maja Bradaric in november 2003 en de woonwijken van de daders en het slachtoffer. Citaat: "De straten hebben er geen namen, maar nummers"  Laatste alinea: "De auto stopte in een stille straat… F. en G. moesten helpen met het wurgen. Ze bevonden zich nu vlak bij de plek waar Maja's laatste avond was begonnen, een paar honderd meter van ……de wijken waar de straten geen namen hebben maar nummers."


•Noten:

  1. A.O. Kouwenhoven.
Straatnamen in Nederland. Een bibliografisch overzicht. Zeist, Discom Boeken, 1999 p.18.
  2. Nijmeegs model: http://www.gaypnt.demon.nl/div/straatnaamgeving.html
  3. Brief van de Ministers voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Th.C. de Graaf en J.W. Remkes.
KST78814, 0304tkkst29200VII-62, ISSN 0921-7371, Sdu Uitgevers, 's-Gravenhage, 2004
  4. J. Thomas.
Men moet straten voor stegen kennen. Beknopte handleiding voor straatnaamgeving en huisnummering.  Uitgave van de afdeling Noord Brabant van de Vereniging voor Bevolkingsboekhouding en Militaire Zaken (VBM). 1967.
  5. W. Moll.
De moderne praktijk van de straatnaamgeving. In: Bijdragen en Mededelingen der Naamkunde-commissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam. V (1953) p. 37-46. Lezing gehouden voor de Naamkunde-commissie der KNAW op 17 januari 1953.
  6. J. Okkema.
De Straatnamen van Rotterdam: verklaring van alle bestaande en van verdwenen straatnamen. Gemeentelijke Archiefdienst Rotterdam, 1992. p.20: regels vastgesteld bij besluit van B&W van 3 juli 1987.
  7. C.A.O. Schimmelpenninck van der Oije.
Lombardkade, De Lormestraat en Lotustuin. Aardigheden en eigenaardigheden bij straatnaamgeving. Voordracht tijdens Congres 'Namen', 13 november 1993. In: Onze taal 63/februari/maart 1994. p.57-59.
  8. Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB, Afdeling bewegwijzering.
Straatnaamborden. 1985.
  9. D. Hillenius.
Straatnaamgeving: maak er iets leuks van! In: Straatnaamgeving. Een congres over straatnamen. Ede, 18 juni 1992. p. 17-25.
10. Werkgroep straatnaamgeving gemeente Gemert.
 Algemene richtlijnen inzake straatnaamgeving. 24 februari 1983.
11. Algemene richtlijnen inzake straatnaamgeving. Raadsbesluit Gemert-Bakel, 18 februari 2004.
12. M. de Groot. Lezing op VNG-congres. In: Straatnaamgeving. Een congres over straatnamen. Ede, 18 juni 1992. p. 26-29.
13. Anonymus.
Toch geen Arjan Erkelpad. Volkskrant, 23 december 2004
14. Van Dijk, C.P., Minister van Binnenlandse Zaken,
Het Besluit standaardadressering. 's-Gravenhage, 22 februari 1988. Staatscourant 1988,49
15. Normcommissie 380 154 "Documenten en data-elementen voor overheid, handel en industrie", Nederlands Normalisatie-instituut.
Adressen. Definities, tekensets, uitwisselingsformats en fysieke presentatie. NEN 5825, 1e druk, december 1991. UDC 001.4:681.3.04 ; ISBN 90-5254-068-3
16. Dales, C.I., Minister van Binnenlandse Zaken,
Het Besluit standaardschrijfwijze persoonsgegevens. 's-Gravenhage, 1 september 1992. Staatscourant 1992, 176
17. G.N. Jager (voorzitter). Rapport van de werkgroep Standaardisering Adressering. oktober 1975, O&A Nr. 75-2573/52 met annex van augustus 1976.
18. Normcommissie 380 007 "Data elementen", Nederlands Normalisatie-instituut.
Adressen - Definities, tekensets, uitwisselingsformats en fysieke presentatie. NEN 5825 (nl). september 2002. ICS 01.140.30
19. Rutte, R.
Stedenpolitiek en stadsplanning in de Lage Landen (12de - 13de eeuw). Proefschrift, promotie 12 september 2002, Universiteit van Amsterdam , Walburg Pers. ISBN 90 5730 203 9
20. Saartje Burgerhart,
Ik en mijn nummers, column in de Volkskrant van 23 oktober 1985
21. Anonymus.
Meeste flats in Bijlmer worden gesloopt. Volkskrant 17-11-1999.
22. Bril, M.
Gildekamp. column in de Volkskrant van 12 mei 2004