De straatnamen en hun wordingsgeschiedenis vormen een stuk cultuurhistorie. Het lag dus voor de hand dat een stad die in 2004 “Capitale européenne de la Culture” werd, een tekort op dit punt liet opvullen1. Kennis van de ontstaansgeschiedenis van de straatnamen draagt bij tot kennis over de betekenis ervan. Vrijwel alle geschriften over straatnaamverklaring beginnen met een inleiding over het ontstaan van de te behandelen straatnamen. En die is sterk afhankelijk van, en daardoor verwijzend naar, de geschiedenis van de stad of regio waarbinnen de betreffende straten liggen. Een studie over de straatnamen van bijvoorbeeld Berlijn2 “bietet einen einmaligen und besonderen Blick auf die Geschichte dieser Stadt unter den verschiedenen, sich verändernden gesellschaftlichen Bedingungen”.
Deze algemene geschiedenis over de straatnaamgeving kan dan ook niet veel meer zijn dan een collage van grepen uit lokale geschiedenissen.
De vier delen die in de linker kolom direct kunnen worden aangeklikt zijn:
- Straatnaamwijzigingen tijdens Het Derde Rijk, van 1933 tot 1945
- Straatnaamwijzigingen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog van 1940 tot 1945
- Straatnaamgeving ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.
- Noten en Literatuurverwijzingen bij de Geschiedenis en Praktijk van de Straatnaamgeving
Inhoudsopgave
•Romeinse tijd: Pompeji een twijfelachtig voorbeeld •De oudste straatnamen •Oude wijkindeling en huisnummering •Vroege officiële straatnaamvastlegging en straatnaamgeving door de overheid •Straatnaamgeving door particulieren •Gemeentewet van 29 juni 1851 •Straatnaamwijzigingen: - spontane straatnaamwijzigingen - na ingrijpende verstoringen van de bebouwing - door oorlogen, revoluties en vooral ook de al of niet daarmee samenhangende racistische uitingen, emancipatieprocessen en politieke en culturele omwentelingen - in Nederland in de periode 1940-1945 - door annexaties en gemeentelijke herindelingen - door stadsvernieuwing en ruilverkaveling - op verzoek van de bewoners - onder druk van bezuiniging op computerkosten •Straatnaamgeving als ‘Denkmal’ en vooral ‘Mahnmal’ •Democratische straatnaamgeving •Feministische straatnaamgeving •De advisering bij straatnaamgeving •Hoge-druk-straatnaamgeving en nummering van straten •Actuele situatie
*******
•Romeinse tijd: Pompeji een twijfelachtig voorbeeld Aan het begin van onze jaartelling bestonden al grote wegen. Bijvoorbeeld tussen de versterkingen aan de linker Rijnoever. Op het grondgebied van Alphen aan den Rijn zijn restanten van deze weg, de Via Militaris, teruggevonden3. Maar marmeren of bronzen straatnaambordjes uit die tijd zijn nog nooit opgegraven. En er bestaan ook geen grafopschriften met een adresaanduiding. Over Romeinse straatnamen in steden is dus niets bekend. Helmut Signon4 verbaast zich hierover. Hij bestudeerde de straatnamen van de ‘Romeinse stad’ Keulen. En stelde vast dat binnen in de steden de straten altijd naamloos waren. De Via Sacra in Rome lijkt een uitzondering. Alle grote rivieren hebben wčl oude namen, maar de grote Romeinse verbindingswegen slechts bij uitzondering. Bijvoorbeeld de Via Aurelia, vernoemd naar zijn financier4. Andere vergelijkbare namen waren: Via Aemilia, Via Appia, Via Egnatia, Via Flamina en de Via Salaria5.
De samensteller van deze website was op 8 september 2000 in Pompeji – ook gespeld als Pompeii - de stad die op 24 augustus van het jaar 79 na Christus geheel zou zijn verwoest en bedolven door een uitbarsting van de Vesuvius, en pas na meer dan 1700 jaar weer werd opgegraven. Pompeji zou daarmee de best bewaarde Romeinse stad zijn. ( http://nl.wikipedia.org/wiki/Pompeii ). Maar tijdens dat bezoek sloeg de twijfel ten aanzien van het voorgaande toe, want veel straten bleken namen te hebben (!). En dat is in strijd met hetgeen we uit andere bronnen weten: in het eerste millennium kende men nog geen straatnamen. Ook bleken veel fresco’s verbazend goed van perspectief; een kwaliteit die in de schilderkunst uit het eerste millennium nog ontbreekt. Tijdens het ontstaan van deze website in 2004 werd daarom voorlopig een latere datum aangenomen, dus dat ook die straatnamen van latere datum zouden zijn. Zoals de twee oost-westelijke hoofdwegen: de Via dell’Abbondanza en de Via di Nola met zijn verlengingen Via della Fortuna en Via delle Terme.
In 2008 werden kopiën ontvangen van twee artikelen uit Semafoor. (aanvulling 2008-2). In beide komt de ouderdom ter sprake van wat in Pompeji werd opgegraven. In de publicatie van Joep Rozemeyer, ‘Pompeii en de renaissance’, wordt gepleit voor het jaar 79 na Chr. Uit de publicatie van Henk Feikema: “Pompeii en de Lage Landen”, in nummer 1 van Semafoor, jaargang 9, februari 2008, blijkt dat Pompeji hoogst waarschijnlijk de dupe werd van een zeer grote uitbarsting van de Vesuvius op 16 december 1631.
Korte samenvatting. Tegen de vroege en vóór de latere datum pleiten o.a.: • De straatnamen en het perspectief in de muurschilderingen. • Het onderzoek van Anatoly T. Fomenko, Russisch chronologie-deskundige. • De overeenkomsten tussen de fresco’s van Pompeji en schilderijen uit de periode van de renaissance (V. Narvidas). • Er komen afbeeldingen voor van tropische vruchten die vóór de tijd van de ontdekkingsreizen in Europa niet bekend waren. • Er zijn afbeeldingen van christelijke motieven, symbolen van de vrijmetselarij, en middeleeuwse voorwerpen. • Er zijn sieraden gevonden die pas in de middeleeuwen kunnen zijn gemaakt.
Pompeji; aanvulling september 2008 In het opgegraven Pompeji ziet men straatnaambordjes. Dit wekt twijfel aan haar ouderdom. Gelet hierop werden aanvullend enige boeken over Pompeji geraadpleegd. In twee ervan wordt uitdrukkelijk vermeld dat de straatnaambordjes (meestal) van latere datum zijn: - "Veel van de namen, bedacht door archeologen, verwezen naar gemeenschappen buiten de stadsmuren, ofwel naar een bijzonderheid van de betreffende straat; zo werd de Via dell'Abbondanza gekenmerkt door een aantal winkels." Citaat op pagina 52 van het Time-Life Boek uit 1993: 'Pompeď: de verdwenen stad' - "Hoewel enkele authentieke straatnamen zijn ontdekt......,hadden vele straten waarschijnlijk geen naam. ........De meeste huidige straatnamen werden gegeven door de opgravers." Citaat op pagina 32 van het boek 'Pompeii. Verstild verleden aan de voet van de Vesuvius'. Edu'Actief, Cultuurhistorische Reeks in samenwerking met het Allard Pierson Museum, Amsterdam. Eindredactie drs. Christine Waslander. Meppel (1992). ISBN 9051171153 Conclusie. In de Romeinse tijd waren straatnamen uiterst zeldzaam. De vele straatnamen van Pompeji blijken gewoon van latere datum. Ze leveren daarom geen enkele bijdrage aan de twijfel aan de ouderdom van het opgegraven Pompeji zčlf.
•De oudste straatnamen In de middeleeuwen werden straten beschouwd als particulier eigendom. Ze werden niet volgens plan aangelegd. Noch door een overheid onderhouden. Ieder bouwde zijn huis op eigen grond. En hoewel het begrip rooilijn al voorkomt in het oudste, 15de eeuwse, keurboek6 werd daar niet of nauwelijks rekening mee gehouden.
De oudste straatnamen zijn allemaal spontaan “in de volksmond” ontstaan7. Hierop heeft de overheid geen invloed gehad. Soms hadden straten meer dan één naam. Het gaat veelal om namen afgeleid van • Kerk, toren, molen, gasthuis, klooster6,7,8,9 • namen van huizen en bedrijven6,7 • namen van aldaar wonende personen6,8,9. Dikwijls niet te onderscheiden van de namen van huizen7. • namen van beroepen die er werden uitgeoefend: Smeden, Blekers, Volders en Brouwers9,10 • namen van bedrijven die er waren gevestigd: Blekerij, tuinderij, warmoezerij (groentekwekerij), Lijnbaan (touwslagerij)6,9 • de speciale relatie die een straat, weg of steeg heeft met zijn omgeving7,8,9
Rentenaar11 verdeelt de voorgaande groepen van namen in de drie hoofdcategorieën: ‘eigenschap’, ‘functie’ en ‘relatie’.
Enige van de oudst opgetekende straatnamen12: • In 1127 in Utrecht • In 1139 in Maastricht • In 1254 in Deventer • In 1269 in Zutfen • In het Duitse Hamburg-Altstadt is de straatnaam ‘Cremon’ sedert 1281 bekend. Met veel verschillende verklaringen overigens13. • In 1282 in Bergen op Zoom • In 1307 in Nijmegen • In 1312 in Dordrecht • Tussen 1328 en 1358 verschijnen in akten de eerste straatnamen van Rotterdam6 • In 1333 in Amsterdam • In 1696 worden binnen de stadsmuren van het Duitse Leipzig 27 namen van stegen beschreven. Buiten de stadsmuren, in de voorsteden, zijn dan 20 straatnamen bekend8.
Planmatige straataanleg zien we in Rotterdam vanaf 1575, bij de eerste grote stadsuitbreidingen: tussen elke tien huizen werd een straat geprojecteerd6.
•Oude wijkindeling en huisnummering In de middeleeuwen waren steden gebruikelijk verdeeld in wijken of kwartieren. Deze indeling bleef zomogelijk eeuwenlang van kracht. De huizen waren toen nog niet genummerd6. Later krijgen de stadsbesturen (in Rotterdam in 1622) de opdracht een register aan te leggen van alle percelen. In dit register of protocol kregen alle percelen een nummer. Per wijk kregen alle huizen een doorlopend nummer. In de Duitse stad Erfurt14 is de eerste indeling kerkelijk bepaald geweest met een sedert 1680 bestaande eenduidige nummering. In 1810 moet worden overgeschakeld op een Franse wijkindeling en een nummering per straat. Dit vooruitstrevende systeem werd in 1826 alweer vervangen door een nummering per wijk. Men wilde blijkbaar niets dat aan de Fransen herinnerde. In 1870 keerde men echter weer terug naar nummering per straat.
In het Duitse Hamburg is de opening van de “Hamburger Armenanstalt” in 1788 directe aanleiding tot nummering van alle huizen, gebaseerd op de militaire wijkindeling. Hierdoor zouden de minderbedeelden beter kunnen worden bereikt15. Het handelsmerk 4711 (http:/www.4711.com) is het huisnummer dat in 1796, tijdens de Franse bezetting van Keulen, door generaal Daurier werd gegeven aan het huis van Wilhelm Mülhens aan de huidige Glockengasse, waarin sedert 1792 'Eau de cologne' werd gemaakt. Een wandtapijt in de huidige winkel laat zien hoe een Franse soldaat dit huisnummer op de gevel tekent. In Salzburg werd in 1800 met nummeren begonnen om de inkwartiering te vergemakkelijken van de Franse soldaten16. Pas in 1873 werd overgeschakeld op het “Parijse systeem”: de nummering per straat16. De gemeenteraad van Alphen besloot in 1823 tot wijkindeling over te gaan gelet op een landelijke wet van datzelfde jaar3.
De nummering per wijk is later overal vervangen door een nummering per straat. Eerst héén aan de ene zijde en terug aan de andere. Later even en oneven verdeeld over beide straatzijden15. Dit wordt het Parijse systeem genoemd. Het is in Parijs in 1805 door Napoleon ingevoerd (OVT, zondag 4 februari 2007). Maastricht volgde al in 1806. Amsterdam pas in 1875. In Rotterdam dateert de nummering per straat van 1872, van noord naar zuid met de oneven nummers aan de rechterkant6. Wijken worden soms onderverdeeld in buurten, genoemd naar een van de straten. Voorbeelden uit Rotterdam6: Agniesebuurt, Valkeniersbuurt en Tarwewijk.
•Vroege officiële straatnaamvastlegging en straatnaamgeving door de overheid De vroegste straatnaamgeving door een overheid kennen we uit Amsterdam7,12: In159310 ,op het einde van de 16de eeuw, op de zogenaamde Lastage (naam voor scheepswerven)12: Jonkerstraat, Ridderstraat, Keizersstraat en Koningsstraat. Het was niet alleen nieuw dat de stadsregering zelf straatnamen vaststelde, ook de keus was ongebruikelijk. De namen hadden niets te maken met de ligging van de buurt, de eigenaren van de grond of haar bewoners10. Tegen de verwachting in heeft het republikeinse Amsterdam daarna in de grote 17de eeuwse uitbreiding ook nog een Koningsplein en een Keizersgracht gekregen7.
De andere stadsbesturen zijn zich pas later met straatnaamgeving gaan bemoeien. Volksmond en vooral particuliere eigenaren van grond en huizen hielden nog lang vrij spel. In Parijs houdt men zich vanaf de 17de eeuw bezig met officiële straatnaamgeving9. In het Duitse Leipzig8 stamt de eerste ambtelijke straatnaamgeving uit 1839.
In Rotterdam werden door B&W pas in mei 1850 voor het eerst namen gegeven aan straten. Deze bemoeienis kwam maar aarzelend op gang. Straatnaambordjes verschenen vanaf 1861. Straatnamen werden hierdoor extra definitief. Daarmee verdween tevens het verschijnsel dat eenzelfde straat twee of drie verschillende namen had6.
•Straatnaamgeving door particulieren Hiermee worden niet de particulieren van de “de volksmond” bedoeld, maar de bouwondernemers die vanaf de tweede helft van de 19de eeuw rond alle grote steden nieuwe wijken hebben aangelegd. Gemeenten als Rotterdam6 en Delft gaven die particulieren volledig de vrije hand bij de straatnaamgeving. Slechts in beperkte mate hebben de bouwers daarbij hun eigen namen of die van hun familieleden gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn: de Wigger-, de Wiggelina-, de Frederiks-, de Johanna-, de Jacoba-, de Jacomina-, de Helena- en de Johanna Paulinastraat. Niet iedere gemeente gaf de particulieren evenveel vrijheid bij het vaststellen van straatnamen. Burgemeester en Wethouders van ’s-Gravenhage veegden in 1883 en 1896 de door een bouwvereniging voorgestelde namen van tafel. De gemeente Leiden wachtte daarmee totdat ze de straten van de bouwers had overgenomen. In Leeuwarden liet de gemeente straatnaamborden aanbrengen met andere namen dan eerder, in 1876, door een woningbouwvereniging genoemd, en door diezelfde gemeente afgedaan met een bericht van geen bezwaar11.
•Gemeentewet van 29 juni 18516,10,17,18 Deze wet verplichtte de gemeenten tot een wijkindeling en tot het vastleggen van de straatnamen. Bovendien gaf deze wet de gemeenteraden de bevoegdheid tot het vaststellen van nieuwe straatnamen. Men wilde daarmee een einde maken aan de wildgroei op het gebied van de straatnaamgeving. In raadsstukken en nota’s van gemeenten als Scheemda en Doetinchem17 , en nog recenter (16-08-2003) Gemert-Bakel, wordt in dit verband (waarschijnlijk op gezag van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten) abusievelijk verwezen naar artikel 174. Maar het gaat om artikel 167 dat luidt: “Aan den raad behoort, met betrekking tot de regeling en het bestuur van de huishouding der gemeente, alle bevoegdheid die niet bij deze of eenige andere wet aan den burgemeester, of aan burgemeester en wethouders is opgedragen”. De nieuwe Gemeentewet van 1992 heeft hierin geen verandering gebracht.
Gemeenteraden hebben dus vanaf 1851 de plicht om straatnamen vast te leggen en de bevoegdheid om straten van een naam te voorzien. Ze maakten daar aanvankelijk echter slechts bescheiden gebruik van11. In Amsterdam gebeurde het direct. Maar andere gemeenten, waaronder Leiden, volgden later19. Haarlem sedert 1861. Groningen sedert 1867 en Den Haag sinds 1888. In sommige gemeenten zoals Rotterdam6 en Utrecht komt De Raad er nooit aan te pas. Daar behoort straatnaamgeving nog steeds tot het terrein van Burgemeester en Wethouders19.
In Oudshoorn en Aarlanderveen, later samengevoegd met Alphen, vonden in respectievelijk 1853 en 1854 de eerste vastleggingen plaats van de namen van in totaal 24 wegen of paden. Alphen zčlf stelde in 1854 zijn eerste legger vast met 9 wegen of paden3. De gemeenteraad van Noordwijk10 begon in 1886 met straatnamen. Op de 25e februari en de 16de maart werden de eerste straatnamen officieel vastgesteld. Vreemdsoortige, soms uit verbastering ontstane namen kregen een officiële status. Helaas waren het ook zwarte dagen voor het straatnamenbezit van Noordwijk, omdat enige eeuwenoude benamingen werden vervangen door ‘modern’ klinkende namen.
In het begin, vanaf 1851, beperkten de gemeentebesturen zich vaak tot het registreren van de bestaande namen. Nieuwe namen werden nogal eens alleen daar gegeven waar zij het tot hun directe competentie rekenden. Dus de naamgeving door particulieren of bouwcorporaties ging in verschillende gemeenten na 1851 nog gewoon door11; in Rotterdam vanaf 1896 tot 1949 na vergunning van B&W6. In de sedert 1918 bestaande fusiegemeente Alphen aan den Rijn dateert de eerste codificatie of officiële vaststelling van straatnamen van 1921. Tegelijk met de overgang van wijkaanduiding naar straatnaamgeving, het invoeren van straatnaamborden en het vernieuwen van alle huisnummerborden3. In de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten hebben 64 straatnamen tot 1955 moeten wachten op hun officiële vaststelling door de gemeenteraad, die haar bevoegdheid tot het geven van straatnamen in 1983 delegeerde aan het college van burgemeester en wethouders20.
In 1992, aan de vooravond van de inwerkingtreding van de nieuwe gemeentewet, werden in 77% van de Nederlandse gemeenten de straatnamen nog door de gemeenteraad vastgesteld18.
•Straatnaamwijzigingen Straatnaamwijzigingen dienen volgens het cultuurlijkheidsbeginsel (zie vorige deel) zoveel mogelijk te worden voorkómen. Zeker in de moderne tijd, nu veel burgers, zowel thuis als bij hun werk met veel verschillende adressen te maken hebben. Dit kan echter niet verhullen dat de geschiedenis van de straatnaamgeving in aanzienlijke mate de geschiedenis is van de straatnaamwijzigingen. Een voorbeeld: van de 13.500 naamsverklaringen in Berlijn’s straatnamenlexicon gaan er 4000 over niet meer actuele straatnamen2. Just Schimmelpenninck21 zegt hierover “In geen stad ter wereld zijn zoveel straten zo vaak van naam veranderd”. Voor de straatnaamwijzigingen bestaan vele redenen. De instabiliteit van de volksmond. De geringere duurzaamheid van de oudste bebouwing. Oorlogen, revoluties en de al of niet daarmee samenhangende emancipatieprocesssen en politieke en culturele omwentelingen. Annexaties en gemeentelijke herindelingen. Stadsvernieuwing en ruilverkaveling. Verzoeken van bewoners. En - het meest dichtbij - het slecht gebruik van de computer.
- Spontane straatnaamwijzigingen De oudste straatnamen zijn allemaal spontaan ontstaan in de volksmond7. Ze kunnen daarom ook spontaan zijn veranderd. Herhaaldelijk had eenzelfde straat achtereenvolgens verschillende namen12.Bijvoorbeeld doordat de situatie veranderde op grond waarvan de straatnaam was ontstaan. Of gewoon door verbastering. Verbasteringen waren meer regel dan uitzondering. Bijvoorbeeld Karnemelkssteeg (inmiddels verdwenen) in plaats van Karmelitesteeg bij het Karmelitessenklooster in Rotterdam6.
- Straatnaamwijzigingen na ingrijpende verstoringen van de bebouwing Er zijn steden waarvan het stratenpatronen van de oudste delen niet wezenlijk is veranderd, bijvoorbeeld Praag22 in de Tsjechische Republiek. Maar dikwijls zijn die oudste bebouwingen, mede door hun geringere duurzaamheid, wčl ingrijpend veranderd, bij grote branden of politieke onlusten. Tegelijk hiermee kunnen de straatnamen -voor zover die al bestonden - zijn veranderd.
Ook in de meer moderne geschiedenis zijn bebouwingen soms ingrijpend verstoord. Dit leidde bijvoorbeeld tot straatnaamwijzigingen in Rotterdam. Daar werden in 1942 een groot aantal namen van bij het bombardement van 14 mei 1940 verwoeste straten ingetrokken. Hieronder bevonden zich veel namen van stegen, die men toch ook niet meer vond passen in Rotterdam6. Overigens hebben grote oorlogsvernielingen niet altijd invloed op de straatnamen gehad. Ondanks23 “tiefgreifender Veränderungen, besonders nach dem Zweiten Weltkrieg” in bijvoorbeeld Keulen-Neustadt “spiegeln die Straßennamen in erster Linie den Umgang mit älterer und jüngster Geschichte zur Zeit ihrer Benennung” .
- Straatnaamwijzigingen door oorlogen, revoluties en vooral ook door de al of niet daarmee samenhangende racistische uitingen, emancipatieprocessen en politieke en culturele omwentelingen Al deze gebeurtenissen en ontwikkelingen zijn terug te vinden in een niet onaanzienlijk aantal namen van straten, zonder dat daar altijd naamswijzigingen voor nodig waren. De Oostenrijkse stad Wenen met zijn ruim 6000 straatnamen heeft daarvan enige duidelijke voorbeelden: • De aanvallen van de Turken in 152924. Op 14 oktober van dat jaar gaf sultan Süleyman II, mede door de kou, zijn vierde belegering van Wenen op. En op 12 september 168324 kwam een einde aan het beleg van Wenen onder commando van de Turkse grootvizier Kara Moestafa, mede door zijn eigen misrekening. Het - toen internationale - bevrijdingsleger omvatte drie colonnes die respectievelijk onder leiding stonden van hertog Karel van Lotharingen, een Duitse Commando en de Poolse koning Jan Sobieski. Deze Turkse aanvallen zijn direct of indirect nog te herkennen in 43 Weense straatnamen24. • De geloofsoorlogen in de 16de en 17de eeuw bepalen nog 13 Weense straatnamen24. • De Zevenjarige Oorlog (1756-1763), eindigend met de vrede van Hubertusburg (Pruisen&Oostenrijk) en de vrede van Parijs (Engeland&Frankrijk) leverde in Wenen 10 straatnamen24. • De Napoleontische Oorlogen zijn in 95 Weense straatnamen te herkennen24. • De Revolutie van 1848 die zo bloedig werd neergeslagen laat sporen na in 42 Weense straatnamen24. • De Pruisisch-Oostenrijkse oorlog van 1864-1866 is in 11 Weense straatnamen terug te vinden24. • Na de Eerste Wereldoorlog worden in 1919 ‘Habsburgse’ namen vervangen door namen van sociaal-democraten als August Bebel (1840-1913) en Jean Jaurčs (1859-1914). • In 1934 na de Oostenrijkse burgeroorlog moesten deze “socialistische straatnamen” weer verdwijnen24. • In 1938 na de Anschluß, worden de ‘jonge Oostenrijkse namen’ alweer veranderd in “nationaal-socialistische namen”. Bovendien worden dan de namen gewijzigd van 2425 of 3824 straten die naar Joden zijn vernoemd. De Joodse naam Wertheimstein wordt zelfs vervangen door de naam van de antisemiet Fritsch, zonder dat enig protest wordt gehoord. • In de naoorlogse bezettingstijd van 1945 tot 1955 worden -al of niet met enige vertraging - de meeste “nationaal-socialistische namen” weer omgedoopt. In de Russische zone verschijnen bovendien tien jaar lang namen als Malinovsky en Stalin op de straatnaamborden24. • In Wenen herinneren ook nog verschillende straatnamen aan de Zweeds en Noorse hulp van na de Tweede Wereldoorlog24.
De Franse Revolutie (1789 - 1794) zorgde er ook voor dat veel straatnamen werden omgedoopt9. Zo werd in 1794 in Parijs de naam “Place du Parvis-Notre-Dame” gewijzigd in “Place du Parvis (kerkplein,voorhof) de la Raison”
Het Franse keizerrijk (1804 - 1815) en de Napoleontische oorlogen die het heeft moeten voeren zijn - minstens tijdelijk - ook van invloed geweest op het Europese cultuurlandschap. Zojuist nog zagen we dat 95 Weense straatnamen aan deze periode herinneren. Het herinneren gebeurt soms op cryptische wijze, zoals door het aantal bogen van de majestueuze Pont de Pičrre over de Garonne in Bordeaux. Dit aantal is precies zeventien. Evenveel als het aantal letters in de naam van de keizer: Napoleon Bonaparte. De straatnaam 'Le Bivouac de Napoleon' in het centrum van Cannes (Martin Bril, 4 mei 2006), herinnert aan het bivak dat Napoleon aldaar opsloeg, nadat hij op 1 maart 1815 een einde had gemaakt aan zijn verbanning op Elba, en zich voorbereidde op de 'honderd dagen' naar Waterloo, alwaar hij op 18 juni 1815 definitief werd verslagen.
Na de inlijving van Holland in 1810 moesten de straatnamen het hier ook ontgelden. Toen begon de benoeming van straten naar de Franse keizer, zijn familieleden, zijn overwinningen, zijn vredesverdragen en naar begrippen als vrede en vrijheid. De ‘Dam’ in Amsterdam werd ‘Place Napoléon’ en de ‘IJgracht’ werd ‘Quai Marie-Louise’. Het ‘Lange Voorhout’ in ’s-Gravenhage veranderde in ‘Napoleonslaan’ en het ‘Plein’ werd ‘Plaats des Konings van Rome’. Ter gelegenheid van de verjaardag van Napoleon werden in Zierikzee straten vernoemd naar leden van het Franse keizerlijk huis en naar plaatsen waar de keizer overwinningen had behaald. Na vertrek van de Fransen in 1813 werden alle namen weer hersteld11.
De Duits-Franse oorlog van 1870/71 die eindigde met de inlijving van Elzas en Lotharingen bij Duitsland heeft - minstens tijdelijk - de straatnaamgeving ook beďnvloed met namen als Bismarck8.
Na afloop van de Tweede Zuidafrikaanse Vrijheidsoorlog (1899-1902) werden, vooral in de protestantse delen van Nederland, en ondanks de officiële neutraliteitspolitiek, veel straten vernoemd naar Paul Kruger, Botha en Transvaal, uit sympathie voor onze stambroeders in hun strijd tegen de boze Britten11. Door de Apartheidspolitiek van na de Tweede Wereldoorlog is die sympathie verminderd en werden straten vernoemd naar Nelson Mandela en Steve Biko.
De invloed van de Eerste Wereldoorlog op de straatnaamgeving vindt men zelfs in het toen neutrale Nederland terug. In de Brabantse gemeente Uden herinnert bijvoorbeeld de Belgenlaan aan de aldaar opgevangen Belgische vluchtelingen. In Duitsland heeft deze oorlog - minstens tijdelijk- straten doen vernoemen naar oorlogsvliegers uit die tijd en naar personen als Hindenburg, Ludendorff en Moltke8. Na de Eerste Wereldoorlog worden in Duitsland bovendien straten vernoemd naar sociaal-democraten als August Bebel (1840-1913)23 en de Weimar Republiek (1923-1933).
Ook tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) werden “bedenkelijke straatnamen” om politieke redenen gewijzigd26. Omgekeerd hebben inmiddels in de meeste dorpen en steden van Spanje de naar dictator Franco vernoemde straten en pleinen een nieuwe naam gekregen. Maar er zijn volgens het Spaanse parlement nog steeds te veel gemeenten waar je straatnamen tegenkomt die in strijd zijn met de geest van de huidige Spaanse grondwet. Een motie die aandringt op verwijdering van die namen werd in 2004 nog niet getekend door de grootste oppositiepartij, de conservatieve Partido Popular27
Na de machtsovername in 1933 , tijdens Het Derde Rijk en zonodig ook nog daarna tijdens de Tweede Wereldoorlog worden in heel Duitsland de namen gewijzigd van alle straten die zijn vernoemd naar Sociaal-democraten als August Bebel, en naar Joden. Klik op 'Het Derde Rijk'
Aan de Nederlandse straatnaamwijzigingen tijdens de Duitse bezetting is een aparte paragraaf gewijd. Klik op 'NL 1940 - 1945'
Na de Tweede Wereldoorlog werden door de overwinnaars zoals gebruikelijk na oorlogen, hun belangrijkste namen in straatnamen vastgelegd: Roosevelt, Churchill en Stalin. Laatstgenoemde naamgeving bleek later een grote vergissing.
Het herstel van alle sedert 1933 gewijzigde straatnamen verliep, na de val van het Derde Rijk in 1945, niet overal even snel. Op 19 mei 1945 krijgt Leipzig zijn 14 Joodse straatnamen terug8. In juni 1945 krijgen in Karlsruhe 22 straten en pleinen een nieuwe naam die meestal gelijk is de naam die ze tot 1933 hadden. En in mei 1946 worden er al straten vernoemd naar slachtoffers van het nationaal-socialisme. Verdere verzetsstrijders en slachtoffers worden later in het stadsdeel Oberreut met een straatnaam bedacht28. In Berlijn daarentegen wordt de naam van de Adolf-Hitler-Platz pas op 31 juli 1947 ambtelijk gewijzigd in Theodor-Heuss-Platz2. Wat Karlsruhe betreft, dat in de Amerikaanse bezettingszone lag; aldaar moesten aanvullend van Amerikaanse zijde vóór 1 januari 1947 ook alle straatnamen verdwijnen met nazistische of militaire aspecten. Zo verdwenen 8 persoonsnamen onder wie Hindenburg en Ludendorff. En de namen van 8 plaatsen die herinnerden aan veldslagen uit de Eerste Wereldoorlog28.
In de Sovjet bezettingszone’s van Duitsland worden bovendien en vooral in de in 1949 uitgeroepen DDR nog straatnamen aangepast aan het communistische regime. Zo kent het Oost-Duitse Leipzig8 van 1950 tot 1991 de “Straße der Deutsch-Sowjetischen Freundschaft” en de “Straße der Konsomol”.
Na de val van de muur in 1989 en de hereniging van Duitsland in 1990 worden deze namen weer gewijzigd. In een stad als Erfurt gaven de burgers in 1991 in dit verband 155 schriftelijke reacties14.
Na 1989 hebben, overal in de voormalige communistische wereld, de straten massaal andere namen gekregen. In de Roemeense hoofdstad Boekarest loopt het aantal omgedoopte straten in de honderden. (Olaf Tempelman, Volkskrant 1 mei 2006)
In het Rusland van na de Koude Oorlog zijn omstreeks het 73ste jaar na de Oktoberrevolutie van 1917 behoorlijk veel nostalgische pre-revolutionaire straatnamen teruggekomen. Alleen al in Moskou heeft het gemeentebestuur ongeveer 35 straten en pleinen hun oude niet-communistische namen terug gegeven. En ook enige nieuwe, bijvoorbeeld president De Gaulle en Martin Luther King29. Veel grote en kleine plaatsen veranderden ook van naam30.
Tijdens de Balkanoorlog in het voormalige Joegoslavië werden ook straatnamen gewijzigd31.
Na de democratische overgang in het Zuid-Afrika van 1994 werden de namen uit het koloniale en apartheid verleden gewijzigd. De regering installeerde daartoe een speciale commissie. Deze hield zich niet alleen bezig met het wijzigen van namen van bijvoorbeeld hele steden en stuwdammen maar ook met die van straatnamen. (Lolke van der Heide, "Weg met die Kafferboomstraat", NRC 12-08-2000). Zo adviseerde de commissie om de drie grote steden Johannesburg, Pretoria en Durban te vervangen door respectievelijk Egoli, Tswana en Ethekwini. En werd de Chelmsford-stuwdam omgedoopt tot Generaal NtshingwayokaMahole Khosa-stuwdam; de naam van een Britse oorlogsheer werd dus vervangen door die van een Afrikaanse. Uit de straatnamen verdwenen allereerst de namen van Hendrik Verwoerd, de grondlegger van de apartheid; en zijn opvolger John Vorster. Volgens het hoofd van de namencommissie, Langalibalele Mathenjwa, zouden namen als Kafferboomstraat in zowel Pretoria als Johannesburg hetzelfde lot treffen omdat het woord kaffer als een grote belediging gold.
•Straatnaamwijzigingen door annexaties en gemeentelijke herindelingen Na annexaties en gemeentelijke herindelingen ontstaan bijna altijd dubbele namen, omdat namen als Kerkstraat en Schoolstraat in bijna iedere woonkern vóórkomen. Daarom werden deze gebeurtenissen dikwijls gevolgd door straatnaamwijzigingen. Rotterdam6 heeft wčl tien annexaties meegemaakt. De laatste belangrijke grenswijziging dateert van 1 januari 1985. De Duitse stad Hamburg15 breidde zich vooral in 1894 stormachtig uit, tijdens de industriële revolutie aan het einde van de 19de-eeuw en de daarmee samenhangende annexaties van hele reeksen voorsteden en stadjes. Sommige straatnamen kwamen daarna in drie- tot viervoud voor. In 1899 werden 130 van deze dubbele namen omgedoopt. Ook in 1937 vonden nog veel annexaties plaats. Deze hebben nog in aanzienlijke mate bijgedragen aan de in totaal 1613 (!) Hamburgse straatnaamwijzigingen in de periode van 1947 tot 1952, welke mede dienden voor het herstel van de foute namen uit de periode 1933-194515. In de Duitse stad Erfurt14 waren de annexaties van 1911, 1938 en 1950 aanleiding voor menige straatnaamwijziging. In de Duitse stad Leipzig8 moesten in 1889 na annexaties 160 straatnamen worden omgedoopt. Dit leverde toen al veel discussie op. In de Duitse stad Karlruhe28 was de annexatie van 1929 reden om 9 straatnamen te veranderen. In 1935 en 1938, toen straatnaamgeving weer een staatsaangelegenheid was geworden, waren annexaties aanleiding om 21 respectievelijk 65 straatnamen om te dopen. Toen werden tevens nationaal-socialistische namen ingevoerd28. Wenen24 heeft in 1862 veel naamswijzigingen ten gevolge van annexaties gekend. In de jaren negentig van de 19de eeuw had Wenen een tweede golf van omdopingen. De annexaties van 1938, direct na de Anschluß, werden in 1954 grotendeels teruggedraaid24.
Na de annexatie van Loosduinen door Den Haag in 1923 bleken 33 van de 44 straatnamen eveneens in Den Haag voor te komen. Toen reeds is volstaan met het toevoegen van de letter L aan de Loosduinse straatnamen. En heeft zich niet herhaald wat aan het begin van de twintigste eeuw gebeurde na het samengroeien van Den Haag en Scheveningen: het met ruwe hand wijzigen van alle dubbele Scheveningse straatnamen19.
•Straatnaamwijzigingen door stadsvernieuwing en ruilverkaveling Bij ruilverkaveling op het platte land en bij stadsvernieuwing in oude wijken wordt nogal eens een wijziging aangebracht in het bestaande stratenplan. Daardoor komt het voor dat straten verdwijnen of dat delen van dezelfde straat niet meer op elkaar aansluiten. In Rotterdam kreeg de straatnamencommissie hiermee te maken in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Ook bracht renovatie vaak met zich mee dat hele straten moesten worden ontruimd. Dan waren straatnaamwijzigingen gemakkelijker door te voeren, bijvoorbeeld alleen maar om de kans op verwarring te verkleinen6.
•Straatnaamwijzigingen op verzoek van de bewoners Ook al zouden bewoners in het algemeen weinig te zeggen hebben over straatnamen35 toch oefenen ze nogal eens met succes druk uit op het lokale bestuur om namen van straten te wijzigen. Bijvoorbeeld bij namen met een ongunstige betekenis of met ongewenste associaties. Zo zijn in Rotterdam6, Delft en andere steden ‘stegen’ omgedoopt18 tot ‘straten’. Ook in de Duitse stad Erfurt vroegen burgers om de aanduiding “Gasse” te wijzigen14.
In Nijmegen vonden op verzoek van de bewoners de volgende wijzigingen plaats:
- De Hel in St. Thomashof.
www.gaypnt.demon.nl/straatnamen/S.html#St. Thomashof
- Pikkegas in Pijkestraat. www.gaypnt.demon.nl/straatnamen/P.html#Pijkestraat
Bewoners vinden hun straatnaam soms ook te onvolledig of door zijn kortheid een onnodige bron voor misverstand. In Aarlanderveen3, een deelgemeente van Alphen aan den Rijn, werd in 1978 op verzoek van veel inwoners de sedert 1976 bestaande naam van het hofje vernoemd naar de Aarlanderveense arts Willem van der Wind (1899-1968) verlengd tot Dokter Van der Windhof. In het Haagse Geuzenkwartier is op verzoek van de bewoners de naam Cabelliaustraat, vernoemd naar een Watergeus, verlengd tot Jacob Cabelliaustraat, omdat teveel mensen naar de Visbuurt op Scheveningen werden gestuurd17.
•Straatnaamwijzigingen onder druk van bezuiniging op computerkosten Goed gebruik van de computer vraagt om éénduidige codering van alle in te brengen informatie. Bij straatnamen zijn daarvoor de postcodes geschikt. Bovendien kost extra computerruimte extra geld. Daardoor ligt het gevaar op de loer dat wordt bezuinigd op de mate waarin wordt aangegeven waar de coderingen precies voor staan. Ook bestaat de kans dat de fysieke werkelijkheid zčlf wordt aangepast aan de computer. De Helmondse “Jonkheer Carel Wesselman van Helmondlaan” (40 posities) heette in de volksmond “Wesselmanlaan”. Het vroegere Staatsbedrijf der PTT gebruikte voor haar computer alleen het laatste deel van dubbele achternamen: in dit geval Helmondlaan. Maar die naam kende men niet in Helmond. En wat gebeurde er? Niet de ‘computer’ werd aangepast door de naam Helmondlaan te vervangen door Wesselmanlaan; maar de officiële straatnaam werd gewijzigd in kortweg Wesselmanlaan. En die naam moest de ‘computer’ wčl slikken.
Tijdens de eerste vergadering van de Werkgroep Straatnaamgeving in de voormalige gemeente Gemert op 3 februari 1983 werd uitvoerig gesproken over het verkorten van de bestaande straatnamen. Citaat: “.. lengte blijkt onder andere door de automatisering van administraties wel eens bezwaren op te leveren.” Het is overigens niet gekomen tot zo’n aantasting van dit stukje Gemerts cultuurbezit. Als discussiestuk werd de werkgroep een lijst met verkortingen van de bestaande straatnamen aangeboden, waaruit hieronder een kleine greep36:
| Nu: |
Straks?: |
| Antoon Coolenstraat |
Coolen |
| Burgemeester Rietmanstraat |
Rietman |
| Town-Major Drakestraat |
Drake |
| Pastoor Prinetiusplantsoen |
Prinetius |
| Vicaris van der Asdonckstraat |
Van der Asdonck |
| Predikant Hanewinkelstraat |
Hanewinkel | Het kan zijn dat door derden, bij de gemeente Gemert hierop is aangedrongen, gelet op de verschillen tussen de officiële namen en de door de PTT ingekorte namen in het eerste postcodeboek van 1978. Wellicht krijgt de samensteller van deze website vanuit andere gemeenten informatie over vergelijkbare inkortingspogingen aldaar, en hoe die zijn verlopen.
In het Helmonds Dagblad37 stond dat in 1988 het gemeentebestuur van de gemeente Mierlo besloot om alle voorvoegsels van straatnamen resoluut weg te strepen. Citaat: “Een en ander is gemakkelijker in de ingevoerde geautomatiseerde administratiesystemen.” Uit het postcodeboek van 1988 blijkt echter dat verschillende - meestal helaas nog wel afgekorte - voorvoegsels weer zijn toegevoegd: Viermaal: heer en burg Driemaal: st Eenmaal: kan , biss en past
•Straatnaamgeving als ‘Denkmal’ en vooral ‘Mahnmal’ Hieronder verstaat men de straatnaamgeving ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Klik op 'Gedenk W.O. II'
Deze namen zijn van extra groot belang. Ze mogen daarom zeker niet worden verdrongen door nietszeggende afkortingen of door postcodes.
•Democratische straatnaamgeving Een van de meest opvallende ontwikkelingen in de straatnaamgeving na de Tweede Wereldoorlog is de democratisering7.
• Democratisering van de procedure. Met name in de Amsterdamse stadsvernieuwingsgebieden wordt sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw bij de voorbereiding van de naamgeving de buurt geraadpleegd. Inmiddels is daar de invloed van de stadsdelen bijgekomen. Via deze procedure is bij de straatnaamgeving ook de aandacht gegroeid voor de vrouwenemancipatie en de - zeker niet te vergeten - Derde Wereld. Denk aan de sterk symbolisch geladen omdoping van het Amsterdamse Pretoriusplein in Steve Bikoplein7. • Democratisering van de naamkeuze. In Amsterdam7 vond dit in 1952-53 een eerste aanzet bij de straatnaamgeving van Slotermeer. Daar worden mensen uit alle lagen van de bevolking geëerd als vertzetshelden. De vernoeming van 25 kleinkunstenaars, tekenaars en journalisten in Osdorp in 1959 werd als een kleine doorbraak gezien. In vooroorlogse wijken zou dit ondenkbaar zijn geweest.
•Feministische straatnaamgeving In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd de invloed van de vrouwenemancipatie ook merkbaar bij de straatnaamgeving. In Alphen aan den Rijn maakte in 1981 het raadslid H.G. Metaal zich sterk voor het vernoemen van vrouwen die actief waren geweest in de beweging van de vrouwenemancipatie. Mede door een schrijven van 21 september 1982 van vier vrouwelijke inwoners, en ondanks heftige discussies is er toch een zogenaamde vrouwenbuurt gekomen3. In Gemert39 pleitte het PvdA-raadslid Helmie Vos in de raadsvergadering van 11 juli 1985 voor meer naar vrouwen vernoemde straten. In 1989 verzocht de Tilburgse Emancipatiecommissie om meer aandacht voor vrouwennamen bij de straatnaamgeving. Sindsdien zijn er minstens 21 openbare ruimten van nieuwe - vrouwelijke - namen voorzien. In Rotterdam40 werden in 1992, 24 straten in Prinsenland naar vrouwen vernoemd. Ook Velsen deed mee41. De gemeenteraad van Haarlemmermeer besloot op 25 februari 1988 om aan de nieuwe wijk Toolenburg-Oost in Hoofddorp alleen namen van Nederlandse vrouwen toe te kennen. Dit gebeurde op initiatief van het Vrouwencentrum en de gezamenlijke vrouwelijke raadsleden. In Opzij van maart 1993 werd aandacht geschonken aan de betreffende werkgroep van Gerda Roset, die ook zorgde voor de brochure42 met een beschrijving van de 45 vernoemde vrouwen. Inmiddels is hun aantal met minstens vijf uitgebreid.
•De advisering bij straatnaamgeving Op dit punt bestaan grote verschillen tussen de gemeenten19. In Rotterdam wordt vanaf 1866 de gemeentearchivaris betrokken bij de straatnaamgeving. Vanaf 1941 bestaat daar een Commissie van Advies onder voorzitterschap van de gemeentearchivaris6. In Den Haag wordt het voorstellen van straatnamen sedert 1884 geheel overgelaten aan de archivaris. Vanaf 1953 bestaat ook daar een commissie van advies, waarin de archivaris zitting heeft. Haarlem en Amsterdam kennen vergelijkbare commissies19. In Den Haag heeft de advocaat en schrijver F.J.W.C.K.E. Bordewijk (1884-1965) ongevraagd een overdaad aan straatnamen voorgesteld, die maar voor een deel zijn geëffectueerd. Alphen aan den Rijn heeft vanaf 1897 tot 1938 een vaste adviseur gehad in de persoon van een plaatselijke onderwijzer en amateur-historicus, en later onbezoldigd archivaris van de gemeente. Vanaf 1951 adviseerde het Alphens Historisch Genootschap, echter met weinig positieve respons. Van 1965 tot 1994 functioneerde een commissie voor straatnaamgeving. Daarna werd straatnaamgeving in Alphen aan den Rijn onderdeel van de commissie voor Algemeen en Strategisch Belang3.
In 1953 was het in Leiden nog de gepensioneerde directeur van gemeentewerken, die uitsluitend overleg had met de Gemeente-secretaris. In Groningen ging toen het voorstel uit van de directeur der Stadsontwikkeling en volkshuisvesting met advies van de gemeente-archivaris. In Utrecht kwam het voorstel, waarover de archivaris adviseerde, soms van Bouw- en Woningtoezicht, soms van de betrokken secretarie-afdeling19.
In de na-oorlogse jaren worden in Rotterdam ook wijkraden, deelgemeenteraden en bewonersorganisaties bij de straatnaamgeving betrokken. Helaas blijken deze organisaties vaak met namen te komen die niet passen tussen de bestaande straatnamen in een wijk. Bijvoorbeeld een opbouwwerker tussen schilders, architecten of musici6. De gemeente Utrecht vroeg eens de burgerij in de vorm van een prijsvraag om voorstellen voor ongeveer honderd verschillende straatnamen.
In 1992, aan de vooravond van de inwerkingtreding van de nieuwe gemeentewet, bleek in ongeveer de helft van de Nederlandse gemeenten een speciale straatnaamcommissie te bestaan. In ongeveer tweederde van deze commissies zaten ook burgers, en in eenderde ook raadsleden43.
In Gemert werd op 3 februari 1983 de Werkgroep Straatnamen geďnstalleerd:

Enige leden van de Werkgroep Straatnamen Gemert V.l.n.r.: L.G.J. Deimann; M.J.A.B. Willemsen; J.A.G. van den Heuvel; W.A.M. Rovers; A.J.M. Otten (voorzitter); A.J. van Zeeland
In de sedert 1 januari 1997 bestaande nieuwe fusiegemeente Gemert-Bakel functioneert vanaf 6 april 2004 een nieuwe Werkgroep Straatnaamgeving.
•Hoge-druk-straatnaamgeving en nummering van straten Wanneer in korte tijd namen moeten worden gegeven aan zeer veel straten tegelijk is sprake van ‘hoge-druk-straatnaamgeving’. Het valt dan niet mee om in zo’n situatie een grote groep bij elkaar horende namen te vinden, zeker wanneer ook nog de voorraad aan geschikte namen uitgeput raakt. Dit vraagt enige creativiteit. In Rotterdam deed deze situatie zich voor tijdens de grote woningnood na de Tweede Wereldoorlog. De toenmalige gemeentearchivaris H.C. Hazewinkel deed toen het voorstel om bij de naamgeving per wijk eenzelfde achtervoegsel te gebruiken. Dit was al eerder toegepast in Tuindorp Vreewijk, met een buurt waarin alle straatnamen eindigen op daal6. F. Bordewijk deed al eerder in Den Haag eenzelfde voorstel. In 1955 werd dit systeem voor het eerst toegepast in de Haagse wijk “Bouwlust”. De hoofdlanen kregen namen van oude toponiemen. En binnen de vierkanten die ontstonden, kregen de straten uniforme achtervoegsels: Middenstede, Winkelstede, Woonstede, Eindstede10. Moderne stedenbouwers pleiten echter alweer voor de achtervoegsels die bij de vorm van de bebouwing passen: straten, stegen, lanen, pleinen10.
Een oplossing die in Den haag is toegepast, bestaat in het beperken van de vraag naar volledig nieuwe straatnamen, door het toestaan van dezelfde namen in verschillende wijken. Aan de betreffende namen moet dan wel een wijkaanduiding worden toegevoegd. In veel grote steden in het buitenland gebeurt dit reeds. Londen telt bijvoorbeeld ongeveer 20 St. Jamesstreets. Bij het opgeven van hun adres moeten de bewoners van deze straten steeds de wijkaanduiding toevoegen19. Den Haag paste deze oplossing reeds toe in 1923 na de annexatie van Loosduinen. Toen bleken 33 van de 44 straatnamen eveneens in Den Haag voor te komen. Door af te zien van verdoping en in plaats daarvan achter alle Loosduinse straatnamen een L te zetten, is driekwart van de Loosduinse bevolking gespaard gebleven voor een verdergaande adreswijziging. Ook behoefde driekwart van het bevolkingsregister niet te worden omgewerkt19. Dr. W. Moll, toenmalig archivaris van Den Haag, berekende in 1953 dat van de ongeveer 550 straatnamen in Rijswijk (ZH), Voorburg en Wassenaar er 230 eveneens vóórkomen in Den Haag of in twee of alle drie der genoemde gemeenten. Dit geeft vrijwel nimmer last. Zou het ooit komen tot een bestuurlijke eenheid, dan kan door het toevoegen van de letters H, R, V, en W achter de straatnamen, worden voorkómen dat aan bijna 10% van alle inwoners, en aan zelfs 45% van de inwoners der kleine gemeenten, onnodig extra last wordt bezorgd19.
Door de nummering van straten kunnen in korte tijd eveneens veel nieuwe straten worden gemerkt. Het Amerikaanse nummersysteem is alleen bruikbaar in rechthoekig aangelegde straatpatronen. Slechts een enkel industrieterrein voldoet hieraan. Bij ‘systeem-nummering’ volgens ir. H.E. Suyver19 krijgen straten per wijk een nummer. Dit nummeren van straten geeft nogal eens verwarrende toestanden in de gebruikelijke stadsuitbreidingen in Nederlandse gemeenten. Belangrijker zijn de intuďtieve bezwaren van meer emotionele aard. Zie vorige deel: ‘Wet- en regelgeving’ onder ‘Eenvoud- čn Bruikbaarheidsbeginsel’. De prettige indruk bestaat dat men terugkomt van al dat genummer. Er zijn weliswaar nog steeds echte techneuten die de werkelijkheid willen aanpassen aan de computer. Bijvoorbeeld bij de ANWB die al haar fraaie fietsroutes heeft genummerd en nog steeds weigert voor straatnamen méér dan 17 posities beschikbaar te stellen. Maar de omgekeerde ontwikkeling wint gelukkig toch steeds meer veld. Bijvoorbeeld in Lelystad. Daar koos men in de jaren zeventig van de vorige eeuw voor de nummering van straten. Toen Lelystad in korte tijd naar alle kanten werd uitgebouwd. Onder die druk werden in de wijken Kempenaar, Boeier en Karveel de straten genummerd. Maar vanaf 1980 is men alweer overgestapt naar de traditionele straatnamen44 . Zelfs New York City48, wereldwijd bekend om zijn genummerde streets en avenues, krijgt er steeds meer normale straatnamen bij. Enige voorbeelden van tweede namen in het stadsdeel Manhattan zijn: Edgar Allan Poe Street (west 84th street); David Ben-Gurion Place (east 43rd street) en Tiananmen Square Corner (op de hoek van de 42nd street en 12th avenue). Vooral na 11 september 2001 is het aantal straten met dubbele namen toegenomen. Al meer dan 300 mensen of plaatsen worden in New York city inmiddels met een straatnaam vereerd. Helaas stagneert het proces van gewenning aan deze alternatieve namen48. Niet alleen bij de doorsnee New Yorker, maar ook bij taxichauffeurs en zelfs bij de United States Postal Services: USPS.
•Actuele situatie De actuele politieke situatie wordt elders in deze website behandeld:
• De doorwerking van de Wet dualisering gemeentebestuur, in het vorige deel onder wetgeving. • De afnemende greep van de politiek op de schrijfwijze van straatnamen, onder “ICT-aspecten”, Deel 2: Straatnamen en ICT, vanaf: BOCO en haar ad hoc-werkgroep Standaardisering Adressering.
Volgens de brief van januari 2004 aan alle colleges van B&W, van de ministers S.M. Dekker (VROM) en Th.C. de Graaf (BVK) zijn er “geen zwaarwegende redenen” verandering te brengen de autonome bevoegdheid van de gemeenten ter zake van straatnaamgeving45. Een verwaarloosbaar begin van de beperking van deze autonomie is te lezen in de nieuwste versie (2002) van NEN-norm 5825: de maximale ruimte voor straatnaamgeving is voor het eerst vastgelegd, en wčl, op 43 posities. Dit betekent overigens ook dat het volgen van de NEN-norm inhoudt dat men administratief ruimte moet kunnen bieden aan straatnamen tot en met 43 posities, terwijl de langste Nederlandse straatnaam 46 posities telt.
In de op 11 juni 2004 ingevoerde Basis Registratie Adressen46, worden volgens § 2.2.2 van de Regeling BRA47 de straatnamen volledig weergegeven. De noodzaak, de keuze en de vorm van een Standaard voor de inkorting van straatnamen is nog niet helemaal duidelijk. Het gevaar lijkt kleiner te zijn geworden dat de PTT-standaard met zijn maximum van 17 posities, die een onaanvaardbare grove aantasting betekent van het Nederlandse cultuurbezit aan straatnamen, een bredere verspreiding krijgt dan onder huidige monopolisten zoals Interpay en ANWB.
De ambtelijke ondersteuning van de straatnaamgeving was in veel gemeenten, waaronder de voormalige gemeente Gemert, ondergebracht op de afdeling waaraan in artikel 41 e.v. van het Besluit bevolkingsboekhouding ook is opgedragen om een actueel register van adressen bij te houden: de afdeling Bevolking, inmiddels Burgerzaken. Evenwijdig aan de verzakelijking en ontpersoonlijking (zie ICT-aspecten, deel 3) van de straatnamen, en het onderbrengen van de regie van de BRA bij VROM, en niet tezamen met de GBA bij BZK, is de locale ambtelijke ondersteuning van de straatnaamgeving veelal ondergebracht bij grond-gebonden gemeentelijke diensten. |